op een onbewoond eiland
Body & Mind

Op een onbewoond eiland

Lieve R,

 

Vraag me niet hoe het kan, maar hier zit ik dan. Op een onbewoond eiland. Er staat een zacht briesje en de zon heeft voor mij de perfecte temperatuur. Met uitzondering van mijn paspoort, pen en papier, mijn zonnebril en een flesje water heb ik niets bij me. Ik ben echt aangewezen op mezelf.
Is dit de reden dat ik hier zit? Moet ik de confrontatie met mezelf aangaan of heb ik enkel tijd nodig met mezelf? Dit antwoord heb ik nu nog niet, maar daar ga ik achterkomen. Dat voel ik. Ik ben hier immers helemaal alleen en heb alle tijd om de antwoorden te vinden die nu nog door mijn hoofd spoken.

Ik zit op de grond, mijn voeten heb ik “begraven” in het goudgele zand. Terwijl ik door mijn zonnebril wegkijk over het schitterend blauwgroene water spelen mijn handen met het zand. Ik teken cirkels en schrijf vervolgens mijn naam.
Mijn naam. Vreemd om deze zo in het zand te zien. Doordat het zand zo mul is, moet ik wel goed kijken. Door de wind vervagen de letters. Het voelt niet goed. Ik sta op en loop richting de zee. Ik voel de koelte van het strand onder mijn voeten. Het zand is hier niet meer mul. Ik pak een stok en schrijf opnieuw mijn naam. Hier staat deze duidelijk en zal ook blijven staan, totdat het water dit stuk strand zal bereiken. Het is eb, dus dat gaat voorlopig niet gebeuren. Ineens weet ik wat mij dit wel zeggen. Ik mag er zijn. Ik mag, net als ieder ander, mijn ruimte en standpunt innemen. Ik hoef mezelf niet te laten vervagen.

Ik ga zitten. Op het stuk strand, vlak achter mijn naam. Ik zie deze continue staan. Ik pak mijn pen en papier en begin te schrijven. Deze brief aan jou. De letters die normaal vanachter mijn laptop op het scherm verschijnen, komen nu één voor één op het papier. Het gaat als vanzelf. Alles wat ik wil zeggen, komt op dit vel papier te staan. Af en toe neem ik een pauze en kijk dromerig voor me uit. Ik neem een slok uit het flesje water dat naast me staat. Ik heb het deels begraven in het zand, waardoor het water redelijk koel blijft. Naarmate het vel papier zich vult, raakt het flesje langzaam leeg.

Doordat ik nu zo op mezelf ben aangewezen, voel ik hoe sterk ik ben. Dat ik heel veel kan als het echt moet. Dat ik er mag zijn. De letters in het zand laten mij dit zien. Ik weet dat ik mezelf kan redden en toch mis ik je; mijn vriend, mijn maatje. Ik mis mijn familie en vrienden.

Ik heb dit uitstapje nodig gehad om nader tot mezelf te komen. Om mezelf te hervinden en om dankbaarheid te ervaren voor de lieve mensen die thuis op me wachten. De gedachten die als een malle door mijn hoofd gaan, gaan langzaam mee met de wind. Mijn hoofd wordt leeg. Ik krijg ruimte. Wanneer deze brief klaar is, rol ik hem op en doe hem in mijn lege waterflesje. Ik gooi hem in de zee. Of deze brief je bereikt, dat weet ik nu nog niet. Maar ik kom bij je terug. En als je de woorden niet leest, zal ik het je zeggen. Je vertellen hoe blij ik met je ben en hoe rijk ik me met jou, mijn familie en vrienden voel.

Lieve R, waarschijnlijk ben ik net zo snel terug als dat ik weg ben gegaan. Tot heel snel.

 

Liefs, Marleen

 

 

 

 

Dit blog is geschreven als onderdeel van Ik Blog De Zomer Door (#IBZD); een initiatief van Karin Ramaker.

 

 

 

 

Foto door: Skyseeker

7 Reacties

Geef een reactie